The Wolfpack - Women's Pro Cycling Team
NL
NL

Kies jouw taal

Haar seizoen is nog maar net van start maar voor Marith Vanhove uit het developmentteam van AG Insurance-Soudal waren de eerste weken meteen intens en leerrijk. Met twee wedstrijden in de benen krijgt ze stilaan opnieuw koersritme en groeit ze verder in haar rol binnen de ploeg. In dit interview vertelt ze hoe ze haar eerste wedstrijden beleefde, wat ze leert van de ervaren rensters rond haar en hoe ze haar sport combineert met haar studies, terwijl ze blijft werken richting haar grote droom.

 

Je hebt net twee koersen gereden. Hoe heb je die eerste wedstrijden van het seizoen ervaren?

Mijn eerste koers van het seizoen was Le Samyn des Dames en dat vond ik meteen een heel mooie kans om mijn seizoen te starten. Messane Bräutigam en ik mochten daar aan de start staan met ons WorldTour-team en dat maakt het natuurlijk extra speciaal. Tegelijk bracht dat ook wel wat zenuwen met zich mee, omdat je nooit helemaal weet waar je staat aan het begin van een nieuw seizoen. Zeker als je ziet hoe sterk onze ploeg is en hoeveel kwaliteit er rond je rijdt.

Dat motiveert enorm, en zorgt er ook voor dat je echt alles wil geven. Tijdens die koers kreeg ik ook meteen een duidelijke job. Mijn taak was om de ploeg goed te positioneren richting de kasseistroken in de eerste ronde en, als het kon, ook nog een tweede keer. Dat was voor mij eigenlijk de eerste keer dat ik zo’n specifieke rol kreeg in een wedstrijd. “Dan moet je er echt staan op het juiste moment en vooraan zitten met de ploeg.”

Ik denk dat dat naar mijn mogelijkheden goed gelukt is. Marthe Goossens sprintte toen ook naar een sterke tweede plek. Na de wedstrijd kreeg ik ook positieve feedback van de ploeggenoten en de staff, en dat geeft natuurlijk vertrouwen. Je hebt ook wel degelijk het gevoel dat je bijdrage belangrijk is voor het team.

 

En hoe verliep de tweede wedstrijd voor jou, GP Oetingen?

Dat was eigenlijk een totaal andere wedstrijd. Daar mocht ik mij iets meer sparen richting de finale, wat op zich wel fijn was omdat je dan wat langer in de wedstrijd kan blijven meedoen. Maar in koers loopt het natuurlijk nooit volledig volgens plan. Door een paar onvoorziene omstandigheden binnen de ploeg moest er wat gesleuteld worden aan ons plan. Op dat moment probeer je gewoon flexibel te zijn en te doen wat de ploeg nodig heeft.

Dat zijn ook situaties waar je veel uit leert. Uiteindelijk hebben we met de ploeg opnieuw een mooi resultaat kunnen neerzetten, met een vierde plaats voor Ilse Pluimers, en dat geeft wel voldoening.

 

Ben je tevreden met hoe je eerste wedstrijden zijn verlopen?

Misschien niet meteen met persoonlijke resultaten, maar wel met hoe ik mijn rol heb kunnen invullen. “Ik heb gedaan wat de ploeg van mij vroeg en dat is uiteindelijk het belangrijkste.”

Als je na de koers hoort dat je je job goed hebt uitgevoerd, dan geeft dat een goed gevoel. Natuurlijk wil je zelf ook vooruitgang blijven boeken, maar in een team draait het eerst en vooral om het collectief.

 

Je zit in een ploeg met veel ervaren rensters. Hoe ervaar je de dynamiek binnen het team?

De sfeer in de ploeg is echt heel goed. Wat mij vooral opvalt is hoe open iedereen is. Er is eigenlijk helemaal geen kloof tussen het WorldTour-team en het Devo-team. Wanneer we bijvoorbeeld samen op stage zijn of samen eten, zit iedereen gewoon door elkaar aan tafel. Je schuift gewoon aan waar er plaats is en iedereen praat met iedereen.

“Het voelt echt als één grote familie.”

Dat maakt het ook makkelijker om jezelf te zijn binnen de ploeg. Als je een vraag hebt of ergens mee zit, is er altijd wel iemand die wil helpen of advies wil geven.

 

Krijg je ook veel feedback van je ploeggenoten?

Ja, zeker. Tijdens de wedstrijd zelf krijg je soms al kleine aanwijzingen van ploeggenoten, bijvoorbeeld over positionering op de weg of waar je best kan rijden in het peloton. Na de koers doen we ook altijd een debrief in de bus. Dan wordt de wedstrijd nog eens overlopen en bespreken we wat goed ging en wat eventueel beter kan. Ik probeer daar zelf ook actief in te zijn. Ik vraag vaak expliciet naar feedback. Zo probeer ik elke koers weer iets bij te leren en stap voor stap vooruitgang te boeken.

 

Zijn er ook dingen buiten de koers waar je al veel hebt bijgeleerd?

Ja, zeker. Bijvoorbeeld rond voeding en voorbereiding. Dat zijn dingen waar ik deze winter veel meer aandacht aan heb besteed. Voor een koers praten we daar ook vaak over met elkaar, bijvoorbeeld over carb-loading en hoeveel koolhydraten je neemt voor een wedstrijd. Veel rensters gebruiken daarvoor de EatMyRide-app en dan praten we daar ook over aan tafel. Iedereen vertelt een beetje wat ze op hun individuele schema hebben en hoeveel ‘carbs’

“Zo leer je van elkaar en probeer je die kleine extra procentjes te vinden.”

 

Naast het wielrennen ben je ook nog student. Hoe combineer je dat met een topsportleven?

Ik studeer ergotherapie en ben momenteel bezig met mijn bachelorproef. Het is soms wel een uitdaging om alles te combineren, maar met een goede planning lukt dat eigenlijk wel. Mijn trainingen staan bijvoorbeeld samen met mijn lessen en stages in mijn TrainingPeaks app. Zo kan mijn coach daar rekening mee houden en kunnen we samen kijken wat haalbaar is. We hebben daar eigenlijk heel goede communicatie over en dat helpt enorm.

Normaal gezien studeer ik eind januari af. Het heeft wat langer geduurd dan het klassieke traject omdat ik het combineer met wielrennen, maar dat is voor mij geen probleem. Op dit moment moet ik nog mijn bachelorproef afwerken en een aantal uren van mijn stage doen. Daarna heb ik een periode zonder studie in de zomer en van september tot januari doe ik mijn laatste stage. Dan hoop ik eindelijk mijn diploma te behalen.

 

Waar wil je zelf nog stappen zetten dit seizoen?

Ik heb echt de ambitie om door te stromen naar het WorldTour-team. Dat is iets waar ik al lang van droom. Als ik de kans krijg om met de WorldTour-selectie te rijden, probeer ik vooral mijn job zo goed mogelijk uit te voeren en te tonen dat ik in kan bijleveren aan het groepsresultaat.

 

Als je één advies zou mogen geven aan je jongere zelf, wat zou dat zijn?

Ik zou zeggen dat ik mij minder moet vergelijken met anderen. Dat is iets wat ik de laatste jaren echt geleerd heb: gewoon focussen op mijn eigen progressie en mijn eigen traject.

“Iedereen heeft zijn eigen pad in het wielrennen.”

Als je blijft werken, geduldig blijft en vertrouwen houdt in het proces, dan komen de resultaten uiteindelijk vanzelf.

 

Wat is je grootste droom in het wielrennen?

Mijn grootste droom is om er echt mijn beroep van te maken en door te stromen naar het WorldTour-team. Toen ik klein was, keken we thuis altijd naar wielrennen op televisie. Vooral de koersen van Quick-Step bleven mij bij, met renners zoals Tom Boonen, Yves Lampaert…

“Dat was echt de ploeg waar we thuis naar opkeken.”

Om nu zelf al deel uit te maken van The Wolfpack voelt heel bijzonder. Het zou natuurlijk ongelooflijk zijn om daar ooit echt door te groeien.